Jabez was groter van aanzien dan zijn broers. Zijn moeder had hem Jabez genoemd, want, zie ze, ik heb hem met smart gebaard. Jabez riep de God van Israel aan: Als U mij rijk zegent en mijn gebied uitbreidt, Uw hand met mij is en U het kwaad van mij wegdoet, zodat het mij geen droefheid brengt.. En God liet komen wat hij gevraagd had. ” ‭‭1 Kronieken‬ ‭4:9-10‬ ‭HSV‬‬

Jabez vroeg God om zijn gebied uit te breiden. Het Woord gebied is een Hebreeuws Woord voor beperkingen. Jabez vroeg God om de beperkingen van hem weg te halen.

God was niet verantwoordelijk voor Jabez zijn beperkingen. Jabez zelf was ervoor verantwootdelijk. Soms zie we gelovigen zo bidden: Vader haal de beperking van mij af. De waarheid is dat wij degene zijn die God limiteren om in ons leven te werken omdat we God niet zien zoals Hij is. Hoe ver we met God gaan is gebaseerd op hoe we God zien.

De beperkingen die we op Hem plaatsen is vanwege onze onbekwaamheid om God te kennen of zie voor Wie Hij is in de Geest. Bijvoorbeeld:

En de koning van Syrie voerde krijg tegen Israel, en beraadslaagde zich met zijn knechten, zeggende: Mijn legering zal zijn in de plaats van zulk een. 9 Maar de man Gods zond henen tot den koning van Israel, zeggende: Wacht u, dat gij door die plaats niet trekt, want de Syriers zijn daarhenen afgekomen. 10 Daarom zond de koning van Israel henen aan die plaats, waarvan hem de man Gods gezegd en hem gewaarschuwd had, en wachtte zich aldaar, niet eenmaal, noch tweemaal. Toen werd het hart des konings van Syrie onstuimig over dezen handel; en hij riep zijn knechten, en zeide tot hen: Zult gij mij dan niet te kennen geven, wie van de onzen zij voor den koning van Israel? En een van zijn knechten zeide: Neen, mijn heer koning! Maar Elisa, de profeet, die in Israel is, geeft den koning van Israel te kennen de woorden, die gij in uw binnenste slaapkamer spreekt. En hij zeide: Gaat heen, en ziet, waar hij is, dat ik zende en hem halen late. En hem werd te kennen gegeven, zeggende: Zie, hij is te Dothan. Toen zond hij daarhenen paarden, en wagenen, en een zwaar heir; welke des nachts kwamen, en omsingelden de stad. En de dienaar van den man Gods stond zeer vroeg op, en ging uit; en ziet, een heir omringde de stad met paarden en wagenen. Toen zeide zijn jongen tot hem: Ach, mijn heer, hoe zullen wij doen. En hij zeide: Vrees niet; want die bij ons zijn, zijn meer, dan die bij hen zijn. En Elisa bad, en zeide: HEERE, open toch zijn ogen, dat hij zie! En de HEERE opende de ogen van den jongen, dat hij zag; en ziet, de berg was vol vurige paarden en wagenen rondom Elisa.” 2 Koningen 6:8-17

De enige reden waarom de dienstknecht van Elisha paniekeerde is omdat hij geen idee had dat hij beschermd werd door Gods legermacht. Met andere woorden Hij kon Gods beschermende kracht behouden. Dus hij beperkte het werk van God in zijn leven. God reageert alleen op geloof in Hem, niet op angst.

Eliza was niet bang maar zijn dienaar wel. Hij was niet bang omdat hij iets wist wat de n niet wist over God of over hun situatie. Daarom bady hij voor zijn dienstknecht dat zijn geestelijke ogen geopend werden.

De beperkingen die we geplaatst hebben op God is omdat we Hem niet zien voor Wie Hij is. Dus onze conclusie over Hem is gebaseerd op wat we met onze natuurlijke ogen zien of wat iemand ons heeft verteld.

Vandaag bid ik voor u dat uw geestelijke ogen geopend zullen zijn om God te zien voor Wie Hij is en niet zoals u denkt dat Hij is.

Laten we samen bidden: Hemelse Vader, mijn Grote ik Ben. Open mijn ogen om U te zien zoals U bent in elke situatie waarin ik mij verkeer in Jezus’Naam. Amen.