Bent u aan het vasten en heeft u het gevoel alsof de hele hel losbarst? Dan bent u goed bezig ook al gaat uw ziel (uw emoties en uw verstand) flink door de mangel!

“Wees dus blij! Er ligt iets heerlijks voor u klaar, ook al zult u het door allerlei beproevingen eerst nog een tijd erg moeilijk hebben. Door die moeilijkheden en problemen wordt uw geloof op de proef gesteld, zodat zal blijken of het echt is of niet. Want ook goud, dat kan vergaan en lang zoveel niet waard is als geloof, wordt in het vuur gesmolten om te zien of het wel echt is. Wel, als uw geloof het vuur van de beproevingen kan doorstaan, zal Jezus Christus bij zijn terugkeer geëerd en geprezen worden.” 1 Petrus 1:6-7

Het is natuurlijk niet raar dat als u vast dat de vijand tegenstand gaat bieden of dat uw ziel en lichaam rebelleert (niet wil luisteren en dus ongehoorzaam wilt zijn). De duivel gaat in de aanval met allerlei soorten afleidingen en verleidingen.

Maar waarom gebeurt dit nou juist nu? Door het vasten wordt uw ziel en lichaam onderworpen aan Gods Geest. Er komen dingen naar boven van uw karakter, uw denken, uw emoties en lichaam (zoals bijvoorbeeld kwaaltjes) die niet in lijn zijn met Gods Geest. U wordt geconfronteerd met de kleine vosjes die uw wijngaard (uw geestelijke vruchtbaarheid) bederven.

Dat kan best pittig zijn maar als u doorzet, merkt u dat u doorbreekt! De Heilige Geest versterkt uw geest en het niet opgeven wordt beloond met zichtbare verandering!

“Maar al deze dingen, waar ik vroeger zoveel waarde aan hechtte, zijn voor mij waardeloos geworden omdat ze mij afhielden van Christus.  Echt, ik beschouw zelfs alles als waardeloos, omdat niets meer waarde heeft dan het kennen van Christus Jezus. Ik heb alles als vuilnis weggegooid om Christus te kunnen ontvangen en één met Hem te zijn.

… maar één ding weet ik zeker—en daarbij vergeet ik wat achter me ligt en strek ik mij uit naar wat voor mij ligt—ik snel recht op mijn doel af, ik wil de prijs behalen die in de hemel voor mij klaarligt, nu God mij door Christus Jezus geroepen heeft.” Filippenzen 3:7-8, 14